De ‘Compagnie des Bronzes’ en de verlichting in het Hotel van de Nationale Bank van België  Share

Op 5 mei 1850 ondertekende Leopold I de wet tot oprichting van de Nationale Bank. Aanvankelijk was de Bank gevestigd in de Brusselse Koningsstraat, maar in 1859 besloot de jonge instelling om in de Wildewoudstraat, aan de noordzijde van de collegiale kerk van Sint-Michiel en Sint-Goedele, een volledig nieuw gebouw te laten oprichten.

hotel1

Zaal 3 van het Museum

Dit gebouw moest behalve bankdiensten en een lokkettenzaal, tevens verscheidene ontvangstzalen en het privé-appartement van de Gouverneur omvatten. De architect Hendrik Beyaert (1823-1894) en zijn vennoot Wynand Janssens (1827-1913) werden belast met de plannen.

De bouw van het Hotel nam, in tegenstelling tot wat oorspronkelijk gepland was, heel wat meer jaren in beslag en duurde tot 1874. Van 1871 tot 1881 nam Beyaert ook de uitbreidingswerken naar de Berlaimontstraat voor zijn rekening. Ook voor de inrichting en de meubilering van de lokalen deed de raad van bestuur praktisch volledig beroep op de knowhow en het talent van haar architect. Zo ontwierp Beyaert ook de volledige binnenhuisafwerking van elk lokaal en elke salon, gaande van het kleinste detail van de schilderwerken, de lambriseringen en de schoorsteenmantels tot het profiel van de plinten. Alles werd vooraf door de architect bestudeerd en ontworpen en vervolgens spitste hij zich toe op de goede afwerking en uitvoering ervan.

Candelabrum of the tower staircase, 1881. Drawing by H. Beyaert (Photo: C. Demeter, Antwerp)
Luchter van de torentrap, 1881. tekening door H. Beyaert (Foto: C. Demeter, Antwerpen)

Dit gold eveneens voor de verlichting van het gebouw. Hier ook was Hendrik Beyaerts mening van doorslaggevende aard, zowel wat betreft de keuze van de te gebruiken energiebronnen (petroleum, gas, elektriciteit), de plaatsing van de installaties, het functioneel en esthetisch aspect van de verlichting als wat betreft de vakbekwaamheid en de betrouwbaarheid van de bedrijven, die voor de levering en uitvoering in aanmerking kwamen. Als aandeelhouder van de ‘Compagnie des Bronzes’ was Hendrik Beyaert zeer goed op de hoogte van de mogelijkheden van dit Belgische bedrijf dat hij ten zeerste waardeerde.

Op 25 juni 1868 ontving de Compagnie dan ook een bestelling voor 72 apparaten (girandes, lantaarns, kandelabers en luchters) voor een totaalbedrag van 39 995 Belgische frank. De grote luchters in kristal en in verguld brons vormden het meest prestigieuse onderdeel van het lastenboek, maar tegelijkertijd een moeilijk uit te voeren werk. De luchters werden gemaakt op basis van de pleisteren modellen van de Parijse beeldhouwer Georges Houtstont (1832-1912). Naar aanleiding van de laatste leveringen van deze eerste grote bestelling in 1871, bracht de ‘Compagnie’ de Gouverneur op de hoogte van het belang van deze ‘nationale bestelling’: “Het is voor ons geen kleine voldoening te hebben bewezen aan hen, die de eerste financiële instelling van dit land besturen, dat België over een fabriek beschikt, die het land niet meer afhankelijk maakt van het buitenland voor de productie van grote bronzen.”

Letter from the Compagnie des Bronzes to the Banque nationale, 1871
Brief van de Compagnie aan de Nationale bank, 1871

Toch koos de Nationale Bank naar aanleiding van haar uitbreidingswerken van 1871 voor een concurrent van de ‘Compagnie’, met name de Brusselse firma ‘E. Longueval et compagnie’ (rue des Chanteurs, 47). Deze firma nam het plaatsen van gasleidingen en de inrichting van de nieuwe lokalen voor haar rekening. Het advies van Hendrik Beyaert speelde ditmaal in het nadeel van de ‘Compagnie des Bronzes’. Vanaf dat ogenblik besloot de Nationale Bank de contracten inzake verlichting te diversifiëren: de ‘Compagnie des Bronzes’ en de firma ‘Longueval’ zouden voortaan beurtelings werken in opdracht van de Nationale Bank.

Vanaf 1886 maakte de Nationale Bank, weliswaar niet zonder aarzelen, de overstap naar het gebruik van elektriciteit, wat betekende dat de Bank vanaf dat moment ook beroep ging doen op andere firma’s. Ook al had de ‘Compagnie’ al lang niet meer de exclusiviteit binnen de Bank, toch kan uit een anekdote opgemaakt worden dat ze het professionalisme van dit Belgische bedrijf ook nog in het begin van de 20ste eeuw waardeerde. Toen in 1904 belangrijke aanpassingswerkzaamheden moesten uitgevoerd worden aan de verlichting, besloot de Bank voor het eerst een elektricien in dienst te nemen. De keuze viel op Auguste Denayer, niet toevallig de opzichter-elektricien van de ‘Compagnie des Bronzes’.

Marianne Danneel
Museumcoördinator

Bibliografie:

  • Het Hotel van de Gouverneur van de Nationale Bank van België, Pandora, Antwerpen, 1995.
  • “Fabrique d’Art. La Compagnie des Bronzes de Bruxelles”, in Les Cahiers de la Fonderie, nr 28-29, La Fonderie, Brussel, 2004.