Het biljet, een Chinese vondst?  Share

Geen biljetten zonder papier ! Dit lijkt logisch. Het is dan ook niet verwonderlijk dat in het land waar het papier ontdekt werd, het eerste biljet, of nauwkeuriger gezegd, het eerste papiergeld, zijn intrede deed. Ook de drukkunst vond er haar oorsprong. China was dus bij wijze van spreken voorbestemd om als eerste papiergeld te gebruiken.

Het is bekend dat de moerbeiboom reeds gekweekt werd in de vallei van de Gele Rivier tijdens de Shangperiode (18e-12e eeuw v.Chr.). De eerste sporen van papier dateren uit de tweede helft van de 1e eeuw v.Chr. maar op dat ogenblik wordt het nog niet gebruikt als schrijfmateriaal. Voor het schrijven met penseel wordt linnen, hennep, bamboe en schors van de moerbeiboom gebruikt. Tussen de 2e en 4e eeuw wordt veel vooruitgang geboekt: dankzij het gebruik van de in water geweekte bast van de moerbeiboom verbetert de kwaliteit van de papierbrij. Het papier wordt lichter en vervangt geleidelijk aan de bamboematten. Administratieve teksten en verslagen voor het Hof worden voortaan op papier geschreven maar men behoudt het vertikale schrift. Deze manier van schrijven is eeuwenoud en wellicht ontstaan door het gebruik van bamboelatten die aan elkaar werden vastgemaakt.

Van papier naar papiergeld

Papier maken tijdens de Han Dynasty (206 v.C. - 220 n.C.)
Papier maken tijdens de Han Dynasty (206 v.C. – 220 n.C.)

De nood aan betaalmiddelen nam sterk toe tijdens de Tang-dynastie (618-907). De Chinezen zijn vertrouwd met het begrip krediet en ze zijn bereid om papieren wissels te gebruiken. Dit zou teruggaan op een handelswijze van kredietverleners die aanvankelijk dergelijk papier met waardeaanduidingen gebruikten voor hun transacties.

Het is ook bekend dat door een gebrek aan koper de doden omstreeks de 6e eeuw niet langer een reispenning meenamen om de overtocht naar het hiernamaals te betalen, maar een biljet. Is hier sprake van een echt betaalmiddel? Natuurlijk niet, maar het is wel opvallend dat in deze context metaalgeld probleemloos vervangen wordt door papier.

Bij het einde van de Tang-periode deponeren de handelaren hun waarden bij hun corporaties. In ruil voor deze deposito’s krijgen zij biljetten aan toonder, de zgn. “hequan”. Deze hequans worden een waar succes en het idee wordt overgenomen door de overheid. Zij nodigt de handelaren uit hun waarden voortaan te deponeren in een staatskas, in ruil voor officiële “biljetten met gelijke tegenwaarde”, de Fey-tshian of vliegend geld.

Tijdens de Song-dynastie (960-1276) floreert de handel in de Tchetchuan-regio dusdanig dat er een tekort ontstaat aan kopergeld. Sommige handelaren geven papieren privé-geld uit dat gedekt is door een monetaire reserve (eerst in munten en zout, later in goud en zilver). Het zijn de eerste biljetten met wettelijke betaalkracht. In 1024 verzekert de overheid zich van het uitgiftemonopolie en tijdens de Yuandynastie (1279-1367), onder Mongools bestuur, wordt het papiergeld zelfs het enige wettelijke betaalmiddel. Tijdens de Ming-dynastie (1368-1644) wordt de biljettenuitgifte toevertrouwd aan het Ministerie van Financiën (1380).

Op alle biljetten die werden uitgegeven tussen 1380 (het 13e jaar van het bewind van Keizer Hung Wu) en 1560 komen de namen voor van Hung Wu en de Minister van Financiën. Er waren biljetten van 100, 200, 300, 400 en 500 wen en 1 kuan of 1000 wen. Een kuan was dus 1000 koperen muntjes waard of 1 liang (1 tael) zilver; 4 kuan had de waarde van 1 liang goud.

Jammer genoeg werden deze biljetten aan de lopende band uitgegeven zonder de oude biljetten uit de omloop te halen. Het gevolg laat zich raden: een onvermijdelijke inflatie. Als in 1380 1 kuan nog 1000 wen waard was, dan was dat in 1535 nog maar 0,28 wen!

Biljet gedrukt op grijs papier van de moerbeiboom
Biljet gedrukt op grijs papier van de moerbeiboom

Het biljet in de vitrine dateert uit deze periode. Het is vrij groot (340 x 221 mm) en gedrukt op grijs papier van de moerbeiboom. In de hoofding staan de namen van de uitgever en de stichter van de dynastie Hung Wu. De twee karakters er net onder stellen de waarde voor: Yi guan (of 1 kuan) en daaronder een voorstelling van de waarde als 10 stapeltjes munten. Links en rechts daarvan de vermeldingen: Biljet van de Grote Ming-dynastie, Circulerend in het Keizerrijk.

In het onderste tekstblok leest men vertikaal en van links naar rechts: Gedrukt met keizerlijke toestemming door het Ministerie van Financiën (twee kolommen rechts); Het biljet van de Grote Ming-dynastie is in omloop samen met koperen munten. Vervalsers worden onthoofd en informanten die tips leveren die tot de arrestatie leiden, ontvangen 250 liang zilver bovenop de bezittingen van de vervalser (vier kolommen in het midden); (gemaakt in de periode) Hung Wu __ jaar__maand__ dag (linkerkolom). De blanco’s moesten met de hand worden ingevuld om informatie te geven over de uitgiftedatum, maar dit werd altijd achterwege gelaten zodat er sprake is van “Hung Wu”, zelfs na het einde van zijn regeerperiode. De twee tekstblokken zijn omgeven door een sierrand van in elkaar verwerkte bloemen en draakmotieven.

De ontdekking van Chinees papiergeld in Europa

Marco Polo, de Venetiaanse handelsreiziger, gunt de lezer van zijn reisverslagen een blik op de fascinerende productie van papiergeld uit de Yuan-periode tijdens het bewind van de Mongoolse heerser Kublai Khan (1214-1294): “Het is in de stad Khanbalik dat de Grote Khan zijn munthuis heeft. (…) Je moet namelijk weten dat hij geld gemaakt heeft uit boomschors – meer bepaald die van de moerbeiboom, dezelfde boom die ook het voedsel levert voor de zijdewormen. De fijne bast tussen de schors en het hout wordt er tussenuit gepeld, geplet en met behulp van lijm platgestreken tot grote vellen, gelijkend op katoenen vellen, maar wel volledig zwart. (…) De uitgifteprocedure is even formeel en gezaghebbend als waren deze vellen van puur goud of zilver. Speciaal daartoe aangestelde ambtenaren ondertekenen elk stuk en brengen er hun stempel op aan. Als dit alles volgens de regels is verlopen, brengt de hoofdambtenaar bovenaan op het vel zijn stempel aan in rode inkt en dan pas is het geld authentiek. Dit papier wordt overal verspreid in de gebieden van Zijne Hoogheid en niemand durft, op gevaar van zijn leven, een biljet weigeren als betaling.”

Marco Polo keek dus bewonderend toe hoe in China de keizers papier in geld veranderden, terwijl in Europa alchemisten al eeuwenlang tevergeefs verwoede pogingen ondernamen om metaal om te zetten in goud. Eenmaal Marco Polo terug in Europa was, deed hij uitvoerig verslag van zijn ervaringen en avonturen in China. Er was alleen niemand die hem geloofde toen hij sprak over papiergeld. Het is dan ook niet vreemd dat het biljet pas verschillende eeuwen later in Europa zijn intrede deed. Indien we onder papiergeld “biljetten uitgegeven met een monetaire reserve als garantie” verstaan, gaan de eerste biljetten zelfs terug tot de 10e eeuw. En dat betekent niet minder dan zeven eeuwen voorsprong op het Westen!

Coralie Boeykens
Museumgids

Bronnen:

  • Museum van de Nationale Bank van België, Geld, een verhaal, 2006, p. 21.
  • Kann E., History of Chinese paper money (ancient), International Banknote Society, 1963.
  • Marsh G., “Chinese note of Ming Dynasty rates among oldest paper currency known”, in Coin World, december 1, 1965, p. 56.
  • Reinfeld F., The story of paper money, Sterling publishing CO., Inc., 1957.
  • Narbeth C., Collecting paper money, Seaby London, 1986.