De patagon  Share

Met de eindejaarsfeesten krijg je misschien ook, na het voorlezen van je nieuwjaarsbrief vol beste wensen, een vollaard, zoetekoek, engelenkoek, krolleman of kramiek cadeau. Allemaal lekkers en hier en daar nog versierd met een beschilderd pijpaarden schijfje. Net als de feestbroden zijn ook de schijfjes bekend onder verschillende namen: patacon, schild, plak, maan, rondelle, prentje, disque, rond de cougnolle …

Patacon, Collection Huis van Alijn, Gent
Patagon, Collectie Huis van Alijn, Gent

Muntverzamelaars kijken allicht verbaasd op want patagons, schilden en plakken zijn niet alleen gebakken aarden schijfjes met geschilderde figuurtjes maar ook munten. Zuiver toeval? Misschien gaan de namen terug op een gebruik waarbij de waarde van feestbroden verhoogd werd door er munten in te verwerken of ze er als versiering op te leggen.

De oorsprong van de gebakken patacon blijft voorlopig nog in duisternis gehuld. Dit is niet het geval voor de patagon waaraan het schijfje misschien zijn naam te danken heeft.

We keren daarvoor terug naar het bewind van de aartshertogen Albrecht en Isabella (1598-1621). De spanningen op politiek en religieus vlak op het einde van de 16e eeuw zorgden niet enkel voor zwarefinanciële uitgaven maar brachten bovendien een emigratie met zich mee van vaak kapitaalkrachtige en invloedrijke handelaren, talentrijke ambachtslieden en kunstenaars. Ook de economische gevolgen van het sluiten van de Schelde en de zeeblokkade zorgden voor een terugval aan dynamisme en middelen. Tijdens het bewind van de hertogen keerde de rust grotendeels terug in de Zuidelijke Nederlanden en de invoering van een gezond en stabiel muntstelsel zorgde voor een economische heropleving.

Patacon, Brussels (1612-1621)
Patagon, Brussels (1612-1621)

In 1612 verscheen naast een nieuwe reeks goudmunten, gebaseerd op de soeverein ook een reeks zilvermunten, waarvan de basismunt aanvankelijk ook soeverein heette, maar die spoedig de naam “patagon” kreeg. Ook de halve patagon, de kwart patagon, de achtste patagon of schelling, de stuiver, de halve stuiver en het oord maakten deel uit van deze reeks. De zilverreeks werd later nog aangevuld met de zestiende patagon (1616), de ducaton en de halve ducaton (1618). De nieuwe munten vormden een stelsel, waarin tot in het midden van de 18de eeuw maar weinig verandering kwam. Deze munten blonken uit door hun kwaliteit, niet enkel qua gewicht en gehalte, maar ook qua ontwerp en afwerking.

Op de voorzijde is een gekroond St-Andrieskruis te zien met in het midden de vuurslag en het Gulden Vlies. Links en rechts herkent men de gekroonde monogrammen van de aartshertogen en in de legende Albertus et Elisabet Dei Gratia. Op de keerzijde ziet men het gekroonde Bourgondische wapen tussen de ketting van het Gulden Vlies en de legende: AVST DVCES BVRG ET BRAB. Op de voorzijde is helemaal bovenaan een engelenkopje merkbaar, het atelierteken van de Brusselse munt. De meeste patagons werden evenwel in Antwerpen aangemunt hoewel Brussel als concurrent kwam opzetten.

Jefimok, Antwerp (1612-1621)
Patagon, Antwerpen (1612-1621)

De patagon die een waarde meekreeg van 48 stuiver groeide uit tot een belangrijke handelsmunt. Zijn internationale faam reikte tot ver buiten de toenmalige grenzen. In Oost-Europa en Rusland was hij een gegeerd betaalmiddel voor de betaling van grondstoffen, amber, tarwe, leer en bont. Een tastbaar bewijs van de buitenlandse verspreiding van de patagon is de jefi mok. De jefi mok die we hier afbeelden is in oorsprong een Antwerpse patagon die in 1655 in Rusland van twee kloppen of instempelingen werd voorzien waardoor hij een waarde kreeg van 64kopeken. De twee kloppen zijn een ovaal met het ruiterportret van tsaar Aleksej Michajlovitsj (1645-1676) en een rechthoek met het jaartal 1655.

Merchant from Republic Raguse (Dubrovnik)
Koopman uit de Republiek Raguse (Dubrovnik)

Op die manier werd de patagon officieel toegelaten tot de Russische circulatie en kon hij zo gebruikt worden om de soldij van de Russische troepen mee uit te betalen. Als jefi mok bevond deze patagon zich in het gezelschap van tal van andere Nederlandse en Duitse zware zilveren munttypen. “Jefi mok” is de Russische naam voor daalder en is afgeleid van het woord Joachimsdaalder. Reeds in 1659 werden de jefi mki buiten omloop gesteld, maar in afgelegen gebieden bleven ze nog tot het begin van de 18e eeuw in gebruik.

muntatelier5

Muntatelier

De patagons van Albrecht en Isabella waren dus niet alleen in de Nederlanden, maar ook elders, een lang leven beschoren.

Ook na het bewind van de aartshertogen werd de patagon nog verder geslagen maar de munthuizen kregen almaar meer af te rekenen met een verminderde aanvoer van zilver, waardoor ze hun productie zowel kwalitatief als kwantitatief onmogelijk op peil konden houden.

Ingrid Van Damme,
Museumgids

 

Bronnen:

  • Enno Van Gelder H. & Hoc M., Les monnaies des Pays-Bas bourguignons et espagnols, 1434-1713, Amsterdam, 1960. Supplément, Amsterdam, 1964.
  • Stroobants A., Patacons uit het Dendermondse, Dendermonde, 1992.
  • Fortuyn Drooglever J., “Een yefimok of een tot Russische munt getransformeerde patagon”, in De Beeldenaar, 2, 1, 1978, p. 18.
  • Makarov A., “Dutch coins with a Russian flavour and Russian coins with a Dutch flavour”, in De Beeldenaar, 27, 2, 2003, pp. 61-62.