De Belga  Share

Laten we eens een kijkje nemen naar dit “kunstige” biljet. De ontwerper ervan is Constant Montald (1862-1944), een symbolistische kunstenaar, die niet aan zijn eerste samenwerking met de Nationale Bank toe was toen hij in 1929 dit biljet ontwierp.

Belga
Belga

Op de voorzijde van het biljet zien we twee vierspannen die bestuurd worden door Ceres en Neptunus. Deze twee goden belichamen respectievelijk de Aarde en de Zee. Links en rechts van de Belgische Leeuw staan vrouwelijke figuren afgebeeld die verwijzen naar de Wetenschappen (links) en de Handel en Industrie (rechts). Op de keerzijde zien we vervolgens andere allegorieën graan zaaien en oogsten. Hiermee wil de kunstenaar de vruchtbaarheid van de aarde en het belang van arbeid benadrukken.

Waarschijnlijk hebt u al opgemerkt dat dit biljet een waarde van 10 000 frank heeft oftewel 2000 belga. Ongetwijfeld stelt u zich daarbij de vraag of België misschien ooit een andere munteenheid dan de frank gekend heeft. Maar weinig mensen weten in feite dat er van 1926 tot 1946 in België een nieuwe munteenheid in gebruik was, die als naam ‘de belga’ gekregen had. Waarom zou men deze nieuwe rekeneenheid nu hebben gecreëerd?

Belga
Belga

Bij het begin van de Eerste Wereldoorlog werd de inwisselbaarheid van biljetten (tegen edele metalen) opgeheven. In oktober 1914 kreeg de mark de titel van wettelijk betaalmiddel en overspoelde deze massaal de Belgische economie. Aan het einde van de oorlog was er dan ook een enorme hoeveelheid Reichsmarken in omloop. Voor hun inwisseling tegen Belgische frank behield de regering de door de bezetter bepaalde overgewaardeerde koers. Zo werd de oorlogsinflatie op de vredeseconomie overgedragen, waardoor de prijzen van goederen stegen en de waarde van de frank verminderde. In de daaropvolgende jaren bleef de regering de hoop koesteren dat de frank zijn waarde van voor de oorlog zou terugwinnen, ook al verloor deze voortdurend aan waarde tegenover de twee belangrijkste naoorlogse valuta’s, namelijk het pond sterling en de VS-dollar.

In 1926 heeft de regering Jaspar, en dan vooral minister Emile Francqui, een stabiliseringsprogramma voor de Belgische frank uitgewerkt, waarbij deze op één zevende van zijn vroegere goudpariteit gestabiliseerd werd. Dankzij deze ingreep werd de frank terug convertibel en werd de staatsschuld geconsolideerd. De introductie van de belga als nieuwe rekeneenheid maakte ook deel uit van dit programma. Alle wisseloperaties moesten van dan af gerealiseerd worden in belga opdat deze nieuwe munteenheid duidelijk zou onderscheiden worden van de Franse frank. Op het einde van het jaar 1925 had België zich immers teruggetrokken uit de Latijnse Muntunie, wat een duidelijke monetaire breuk met Frankrijk betekende.

Belga
Belga

Een belga was in 1926 vijf goudfranken waard. De belga werd vermeld op de biljetten van de Nationale Bank en de Schatkist vanaf 1927. De muntstukken met deze nieuwe munteenheid zouden drie jaar later verschijnen. In 1930 sloeg de Koninklijke Munt een nikkelstuk van 5 frank – 1 belga en in datzelfde jaar werd voor de viering van het honderdjarig bestaan van onze onafhankelijkheid een nikkelstuk van 10 frank – 2 belga gegraveerd met het portret van onze eerste drie vorsten. Een jaar later werd de reeks aangevuld met een stuk van 20 frank – 4 belga, dat slecht onthaald werd en massaal terugvloeide. In 1933 kon eindelijk, mede dankzij een relatieve prijsstabiliteit, opnieuw een zilverstuk worden uitgegeven: een 20 frank-stuk van laag gehalte, deze keer zonder waardevermelding in belga.

De belga als nieuwe munteenheid werd in feite nooit geaccepteerd, zelfs niet op de wisselmarkten. Uit gewoonte en omwille van het gemak hebben de Belgen steeds blijven rekenen in franken en de nieuwe naam nooit willen gebruiken. De belga verdween dan ook onopvallend in 1946.

Marie Lamoureux
Museumgids

Bronnen:

  • “Overzicht van de geschiedenis van de Belgische frank”, in Jaarverslag van de NBB, 1998.
  • Buyst E. (e.a.), Anderhalve eeuw Nationale Bank van België. De Bank, de frank en de euro, Brussel, 2005.
  • Collinet Ph., “Le belga: unité monétaire de 1926 à 1946”, in Vie numismatique, dec. 1994, p. 306-317; april 1995, p. 150-162.
  • De fraaie frank. Belgische munten en biljetten sedert 1830, Brussel, 1989.