Hendrik Beyaert (1823-1894)  Share

Ongetwijfeld herkennen velen onder u nog dit bankbiljet, maar kent u ook de identiteit van de man die erop wordt afgebeeld? Hendrik Beyaert is één van de meest invloedrijke architecten die ons land ooit gekend heeft. Met prestigieuze projecten als het park aan de kleine Zavel, de Concert Noble in Brussel en het station van Doornik verwierf hij heel wat faam. Dit portret dankt hij echter aan zijn ontwerpen voor de Nationale Bank; met name het zogenaamde Hotel van de Bank, dit is het gebouw waar u zich momenteel in bevindt, en de bijbank in Antwerpen die naast hem op het biljet staat afgebeeld.

Henri Beyaert

Henrik Beyaert

De Nationale Bank stond doorheen de jaren model voor heel wat bankgebouwen. Zo werd zelfs de Nationale Bank van Japan erdoor geïnspireerd. In België is Beyaert echter vooral bekend omdat in zijn atelier de grondleggers werden gevormd van de meest vernieuwende en bekendste Belgische architectuurstroming, de Art Nouveau. Victor Horta en Paul Hankar leerden van Beyaert het constructief en decoratief aanwenden van metaal, de combinatie van kleurrijke materialen, het vloeiende lijnenspel, het spelen met licht en donker, het belang van modern comfort en bovenal de opvatting dat elk gebouw een kunstwerk moet zijn tot in de kleinste details.

Al deze elementen zijn reeds in dit gebouw terug te vinden, ook al was Beyaert pas 36 toen hij in 1860 deelnam aan de ontwerpwedstrijd. Zijn ontwerp dat hij samen met Wynand Janssens indiende, bleek het meest rationele, eenvoudige en discrete. De uitvoering daarentegen ging bijna ten onder aan het beruchte perfectionisme van de architect. Wanneer de gebouwen na 14 jaar eindelijk voltooid waren, bleken ze al snel te klein en diende Beyaert een bijkomend complex te ontwerpen.

beyaert2

Dit standbeeld maakte oorspronkelijk deel uit van die tweede fase van het complex. Het werd gebeeldhouwd door Egide Mélot, maar het ontwerp was van Beyaert zelf. Toch is het niet zomaar een teken van ijdelheid. Beyaert plaatste het beeld immers oorspronkelijk bovenaan een hoge traptoren waar het amper werd opgemerkt. De traptoren is inmiddels verdwenen, maar het beeld werd bewaard. Het moet gezien worden als een poging van Beyaert om, net als de middeleeuwse ambachtslui, voort te leven in zijn werk …

Laten we het even van dichterbij bekijken. Beyaert heeft een passer in de linkerhand – een verwijzing naar zijn beroep of naar de vrijmetselarij? – en bekijkt ons met nieuwsgierige maar ook geamuseerde blik. In tegenstelling tot andere afbeeldingen die we van Beyaert kennen, draagt de architect geen bril. Dus toch een teken van ijdelheid? Uit de acrobatische houding van de figuur en de inscriptie onderaan blijkt dat Beyaert zichzelf met veel gevoel voor humor kon relativeren. Vooral de laatste regels getuigen van een zeldzame openheid. Als tiende kind van een burgergezin waren de toekomstmogelijkheden van de jonge Beyaert beperkt. Zijn vader had voor hem een carrière als bankbediende in gedachten maar Hendrik blijkt gepassioneerd door architectuur. Om in de juiste kringen geïntroduceerd te worden, trouwt hij vrij jong met een oudere (rijke) vrouw. In 1876 – het moment waarop hij dit beeld ontwerpt – slaat het noodlot echter toe. Hij wordt verliefd op de 25 jaar jongere Athalie Dhuicque die hem vier kinderen schenkt. Vandaar zijn uitroep: “Bid voor zijne arme ziel / hij peist wel dat ‘t zal noodig zijn.

An Meirhaeghe
Museumgids

Bibliografie

  • W. PLUYM e.a., Het Hotel van de gouverneur van de Nationale Bank van België, Antwerpen, 1995.
  • J. VICTOIR & J. VANDERPERREN, Hendrik Beyaert. Van Classicisme tot Art Nouveau, Sint-Martens-Latem, 1992.